Krachttraining voor zwemmers, ‘zwem’ oefeningen voor op het droge

Krachttraining voor zwemmers, ‘zwem’ oefeningen voor op het droge

Net als vrijwel iedere andere sport heeft krachttraining ook een positief effect voor zwemmers. Zwemmen en krachttraining vullen elkaar perfect aan. Een zwemmer maakt voornamelijk gebruik van het bovenlichaam bij het zwemmen, en dit is dan ook waar de focus dient te liggen bij krachttraining zwemoefeningen.

Er zijn twee soorten krachttraining voor zwemmers; sportspecifiek en gewone krachttraining. Sportspecifieke krachttraining kan uitgevoerd worden tijdens het zwemmen door bijvoorbeeld het gebruik van een dragsuit. Een dergelijke dragsuit is in principe een parachute die meer weerstand in het water geeft waardoor de zwemmer in kwestie meer werk moet verzetten.



Het grote voordeel van sportspecifieke krachttraining is dat je precies die spieren traint die benodigd zijn bij het zwemmen. Een nadeel is de verhoogde kans op blessures.

De gewone krachttraining voor zwemmers vindt plaats op het droge in de sportschool. Het zwemmen is een bewegingstechnisch complexe sport wat het moeilijk maakt om de oefening na te bootsen op het droge. Echter, er zijn 4 spiergroepen die voornamelijk worden gebruikt bij het zwemmen.

Borstspieren en triceps.
De grote borstspieren worden bij vrijwel iedere zwembeweging gebruikt. Als je spierpijn hebt na het trainen van de borstpieren dan moet je maar eens een zwembeweging maken, dan weet je direct welke spieren je gebruikt tijdens het zwemmen. De triceps worden in mindere mate gebruikt maar zijn nog steeds van groot belang! De oplossing om deze spieren tegelijkertijd te trainen? Ouderwets bankdrukken, niets meer niets minder. Deze oefening pakt zowel de pectoralis major als de triceps aan.

Hamstrings en quadriceps
Deze twee spiergroepen zijn het belangrijkst voor de beenslag, het start- en keerpunt bij zwemmen. Zwemmers kunnen veel baat hebben bij het extra trainen van de benen. Eenvoudige oefening: squat jumps. Deze oefening is in de basis hetzelfde als de squat, alleen doe je de oefening in eerste instantie zonder gewichten. Je hurkt tot de knieën in een hoek van 90 graden staan, en vervolgens ‘hup’ je omhoog. In de praktijk gebruikt de zwemmer vooral het laatste deel van deze oefening, het hupje, voor afsprong vanaf een startblok.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *